Foto: Acceptthis
De eerste kennismaking met graffiti kwam voor Acceptthis tegelijk met de opkomst van hiphop in Nederland, in de jaren ’80. “Door die muziek raakte ik gefascineerd door de graffiti scene. De combi van rebelse lyrics, coole breakbeats en dance moves en kleurige, unieke lettering style vond ik meteen heel vet.”
Als tiener pakte hij een tijdje de spuitbus op, maar daarna verdween graffiti naar de achtergrond door studie en werk in het buitenland. “Sinds acht jaar ben ik weer bezig, en nu eigenlijk alleen nog maar met street art en graffiti.”
Wat hem aantrekt in graffiti is in de loop der jaren veranderd, maar ook verdiept. “Voor mij is deze lifestyle ook een reactie op lang werken in oorlogsgebieden waar ik veel shit meemaakte. Nu wil ik met mijn werk positiviteit de samenleving inslingeren.” Tegelijkertijd speelt ook de spanning een rol. “Een groot deel van wat ik doe is illegaal, dat bevredigt mijn behoefte aan extra doses adrenaline. En ’s nachts is het veel rustiger en vrediger buiten, goed voor mijn gemoedsrust.”
Foto: Acceptthis
Vrijheid in vorm
Zijn werk laat zich moeilijk in één stijl vatten, en dat is precies de bedoeling. “Ik doe echt van alles: paste ups, stencilart, characters (krisbees) painten, soms graffiti maar ook videoclips en digitale kunst. Er zit geen lijn in. Wat in mijn hoofd opkomt, pak ik op.” De Krisbee, een simpel en vrolijk karakter, keert wel regelmatig terug. “Die kan ik snel painten, zonder er veel over na te hoeven denken.”
Inspiratie hoeft hij niet ver te zoeken. “Die haal ik overal vandaan: social media, langs de snelweg, het spoor, onder bruggen. Er worden zulke vette pieces aan de samenleving geschonken, iedere dag weer nieuwe.” Volgens hem is het vooral een kwestie van kijken. “Als je daar eenmaal gevoelig voor bent en er oog voor hebt, is de inspiratie overal aanwezig.”
Wanneer een werk geslaagd is, hangt sterk af van de omstandigheden. “Ik heb geleerd niet te kritisch te zijn op illegaal werk want je hebt beperkingen: donker, ‘gevaarlijke’ spot, tijdsgebrek.” Bij legaal werk ligt dat anders. “Dan loop ik het risico te lang door te gaan. Ik post mijn werk altijd op social media en als ik na een paar weken merk dat ik de piece nog steeds ok vind, dan is het goed.”
Foto: Acceptthis
Spanningsveld
Over de relatie tussen graffiti en de gemeente is hij nuchter. “Dat spanningsveld blijft. Tegelijkertijd blijft graffiti ook bestaan. Je moet niet je kop in het zand steken of het op een Noord-Koreaanse manier proberen af te schaffen.” Hij vergelijkt het met softdrugs: iets wat niet verdwijnt, maar waar je wel mee om kunt gaan. “Legale plekken kunnen de spanning verkleinen, maar illegaal werk zal altijd blijven. Die rush is gewoon verslavend.”
Over Leiden zelf is hij kort maar duidelijk. “Kijk naar de pieces bij centraal station, superdope allemaal.” Zelf ziet hij zich niet als onderdeel van die scene, eerder als liefhebber die er met bewondering naar kijkt.
Wat hij hoopt dat mensen onthouden van zijn werk, is uiteindelijk vrij simpel: “Dat ik mezelf de vrijheid heb gegeven om te doen wat ik wil: painten en andere bezigheden, met positiviteit als drive.”


