Foto: aangeleverd
Met een recente verhuizing naar de Boerhaavelaan en de publicatie van de Atlas van de Borduurkunst probeert dr. Gillian Vogelsang-Eastwood het Textile Research Centre (TRC) en Leiden op de kaart te zetten als dé plek om textiel te bestuderen. “Er is nog veel te doen, maar we slagen erin mensen van gedachten te doen veranderen.”
53.000 objecten
“Wil je thee?” vraagt Vogelsang-Eastwood. In het monumentale herenhuis aan de Boerhaavelaan staan nog overal dozen. In het kantoor, dat uitkijkt over de grote en zonovergoten tuin vertelt ze hoe ze het TRC in de jaren negentig heeft opgericht. “Ik ben getrouwd met een Nederlander en naar Nederland verhuisd. Toen ik hier aankwam waren er weinig mogelijkheden om textiel te bestuderen. Mode kon wel, maar niet de ontwerpgeschiedenis van textiel. Ik ben een praktisch persoon: ik focus me graag op de functie, het ontwerp.”
Met steun van het Museum van Volkenkunde (nu Wereldmuseum) en het Rijksmuseum van Oudheden wordt in 1991 de stichting TRC opgericht. Het doel is het opdoen en verspreiden van kennis over textiel op een praktische manier. “Vanaf het begin was het de bedoeling dat we een collectie van lesmateriaal zouden opbouwen: een collectie om aan te raken, niet alleen om te bewaren. Textiel moet je kunnen aanraken, dat is essentieel. Ik heb vroeger bij een museum gewerkt, en heb wel eens dozen in het depot opengemaakt die letterlijk in honderd jaar niet open waren geweest.” Ze lacht. “Wat is dan het punt? Je wil dat mensen kunnen leren van de objecten.”
Samen met haar man, die archeoloog was in het Midden-Oosten, legde ze een kleine collectie aan van zo’n veertig objecten. “Zodra mensen wisten dat we die collectie hadden, gingen ze ons objecten opsturen. Bijvoorbeeld dingen die ze op vakantie hadden gekocht en thuis toch niet meer leuk vonden, of iets dat hun overleden oma had achtergelaten.” Tegenwoordig heeft het TRC meer dan 53.000 objecten. Vogelsang-Eastwoord: “We kunnen heel veel opnemen in de collectie, omdat we niet per se op zoek zijn ‘hoogwaardig’ of ‘mooi’ textiel – en wie bepaalt überhaupt wat dat is?” Ook recente objecten worden opgenomen. Zo bevat de collectie textiel uit de oorlog in Oekraïne, en een MAGA-pet uit de V.S..
‘Iedereen heeft ermee te maken’
Vanaf 2009 zat de stichting aan de Hogewoerd, maar volgens Vogelsang-Eastwood pasten ze daar al lang niet meer in. “We hadden zoveel objecten, we moesten echt verhuizen.” Het pand aan de Boerhaavelaan was vroeger van de rector magnificus van Universiteit Leiden, professor J.A.J. Barge. Na het overlijden van zijn dochter werd het via Monumentenbezit het nieuwe thuis van het Textile Research Centre.
Wat maakt textiel zo interessant? Vogelsang-Eastwood kan er kort over zijn: “Iedereen heeft er mee te maken. Textiel zegt veel over identiteit. Iedereen in de wereld heeft kleding aan; elke dag bepaal je wat je aan gaat doen en hoe je eruit gaat zien. Een militair zal zich anders kleden dan een winkelier. Als je een kamer binnenkomt, zul je altijd op je uiterlijk worden afgerekend, deels op basis van wat je aan hebt. Dat betekent ook dat je mensen over de hele wereld hierover kan aanspreken. Daarom vind ik textiel fascinerend; iedereen heeft het aan, ongeacht de sociale klasse.”
‘Wat is er mis met een breiclub?’
Het probleem, zo schetst Vogelsang-Eastwood, is dat textiel een ondergewaardeerd medium is. Het wordt volgens haar vaak gezien als een “vrouwenonderwerp” en daardoor oninteressant. “Sommige mensen, vooral mannen, zeggen wel eens tegen me dat dit een vrouwenhobby is die uit de hand is gelopen en dat we gewoon een groep vrouwen zijn die breien en kletsen. Maar we zijn een professionele organisatie met academische publicaties.” Ze voegt eraan toe: “En wat is er eigenlijk mis met een breiclub?” Dat terwijl Leiden bij uitstek een stad is met textielgeschiedenis. “Men vergeet dat de meeste mensen die historisch textiel produceerden, mannen waren. De textielindustrie werd vroeger gedomineerd door mannen.”
Zelf is ze gespecialiseerd in borduren. Naast haar werkzaamheden als directeur van het TRC heeft ze afgelopen jaren een aantal boeken gepubliceerd over de geschiedenis hiervan. Het eerste boek, over de geschiedenis van het borduren in het Midden-Oosten, won een Dartmouth medal. “Dat is een soort Nobel-prijs voor wetenschappelijke literatuur,” vertelt Vogelsang-Eastwoord tussen neus en lippen door. Haar laatste publicatie is de Atlas van de Borduurkunst. Een vuistdik boek, volgens Vogelsang-Eastwood vooral “een koffietafelboek om inspiratie op te doen. Met prachtige afbeeldingen.”
Textiel moet meer bekendheid krijgen. En Leiden, als textielstad en stad van kennis, moet hiervoor een internationale hub worden. “Ik zou die twee motto’s willen samenvoegen: Leiden als stad van textielkennis. En met het TRC kunnen we die praktische kennis over textiel de wereld in brengen.” Zo organiseert het TRC niet alleen tentoonstellingen over de objecten in zijn collectie, maar ook studiedagen, workshops en cursussen over verschillende textieltechnieken en de geschiedenis ervan. Vogelsang-Eastwood: ‘Ook daarom is de verhuizing zo fijn. Er is nog veel te doen, maar in dit nieuwe gebouw kunnen we ook mensen van houding doen veranderen.”


