Skip to main content
Raymond Tilma, de stadsdichter van Leiden

Stadsdichter Raymond Tilma in de Burcht. Foto: Douwe Baert

Op een grijze maandagavond in september fietste ik richting café Anna et Fred met twee vragen in mijn hoofd: wat doet een stadsdichter, en wie ís die stadsdichter? Op die laatste vraag kun je een flauw antwoord geven door te zeggen “Raymond Tilma”, maar op de terugweg wist ik wel beter. De Leidse stadsdichter luistert niet naar de naam van Raymond Tilma. 

Onderwerpen

Ook op de eerste vraag bleek het antwoord minder eenvoudig dan gedacht. Toen ik de vraag stelde aan een man met een vriendelijke uitstraling, gekleed in een zwart t-shirt, met een Leffe Blond in zijn hand, kreeg ik eerst een glimlach als reactie. 

“Wat een stadsdichter doet, hangt af van de stadsdichter zelf. Maar er zijn twee momenten waarop je écht iets moet doen: bij de Dodenherdenking en op 3 oktober. Verder schrijft de stadsdichter gedichten en teksten op aanvraag, en wanneer hij dat zelf wil of nodig vindt.”

Raymond Tilma schrijft daarnaast wekelijks een gedicht voor het Leidsch Dagblad. Hij heeft daarin volledige vrijheid, zolang het maar iets met Leiden te maken heeft.

Als iets leeft in de stad, wil Tilma daar woorden aan geven. “Pride bijvoorbeeld, dat is een evenement waar ik in mijn gedicht van deze week aandacht aan wil besteden.” Bij zijn onderwerpkeuze probeert hij dicht bij de Leidenaar te blijven. “Ik wil poëzie toegankelijk maken voor mensen.”

Tilma ziet dat zelfs als zijn missie. “Dat zit in mijn stijl: ik houd het luchtig en grappig. Maar het begint bij de onderwerpen. Het alcoholverbod bij Leidens Ontzet, bijvoorbeeld, is zo’n thema. Door daarover te schrijven sta ik dicht bij de mensen.”

Hij schrijft dus regelmatig over de actualiteit van de stad, maar haalt ook inspiratie uit zijn gezin. “Wat ik als vader meemaak, is herkenbaar voor veel ouders. En daarnaast zijn er gewoon grappige momenten die ik graag verwerk in mijn werk.”

Flemming

Naast zijn kinderen heeft Tilma nóg een inspiratiebron, die ik niet had zien aankomen. Hij moet zijn werk namelijk niet alleen schrijven, maar ook voordragen. “Dat is voor mij een uitdaging geweest, want ik denk vooral op papier. Bij voordragen draait het om klank en ritme, meer richting spoken word. De teksten van Flemming zijn voor mij een belangrijke leerbron geweest.”

Je zou denken dat Tilma zijn gedichten schrijft met een box naast zich waar de hele dag Flemming uit knalt, maar niets is minder waar. Het liefst schrijft hij op zondagochtend, in alle rust, met een kop koffie. Zijn werkwijze noemt hij “associatief”: gedachten de vrije loop laten, zonder vast format, en dan opschrijven wat in hem opkomt, om er later op door te bouwen.

Stadsdichter worden

Misschien wil je nu zelf ook stadsdichter worden? Tilma moedigt dat alleen maar aan. “Ik doe dit drie jaar, daarna mag iemand anders. Het is niet dat ik er na een half jaar genoeg van heb; ik gun het juist aan anderen. Je moet de ruimte krijgen als schrijftalent, dus ik ga niet krampachtig op mijn plekje blijven zitten.”

Tilma’s termijn loopt af in 2028. Dan volgt waarschijnlijk opnieuw een verkiezing, net als bij zijn eigen aanstelling. “Ja, hoe word je stadsdichter? Dat komt omdat je de wedstrijd wint van het Leids Literair Landschap en gekozen wordt.”

Natuurlijk word je niet zomaar stadsdichter. Voor wie Tilma kent, is het geen verrassing dat hij ooit deze titel zou dragen. Hij schreef al gedichten op vijfjarige leeftijd, al raakte dat later op de achtergrond. Bovendien was hij een echt bibliotheekkind: hij las veel boeken, en “lezen is de basis voor schrijven.”

Dat hij Engelse literatuur ging studeren, was dan ook een logische stap. Alleen durfde hij zelf nog niet echt te schrijven. Pas sinds de coronaperiode is hij daar serieus mee begonnen.

Drie jaar geleden probeerde hij al stadsdichter te worden, maar toen greep hij net mis. Nu lukte het wél, en mocht hij zelfs deelnemen aan de landelijke bijeenkomst van stads- en dorpsdichters. “We lazen elkaars werk voor en gaven elkaar tips. Dat was ontzettend inspirerend.”

Bijna niemand zegt Raymond

Overigens woont de Leidse stadsdichter niet in Leiden, maar in Leiderdorp. Dat mag, zeker omdat hij in Leiden geboren is. Maar het meest verrassende is misschien wel dat hij eigenlijk niet naar zijn voornaam luistert. “Iedereen noemt me Tilma of Mr. T. Sommigen zelfs Chillma. Maar bijna niemand zegt Raymond. Mensen zijn me pas Raymond gaan noemen sinds ik stadsdichter ben. Ik moest er best wel even wennen aan dat mensen me Raymond noemden.”

Na een gezellige avond en een mooi gesprek reken ik af en fiets weer naar huis. Ik heb nu een gezicht en een verhaal bij de stadsdichter, maar toch blijft het stadsdichterschap iets ongrijpbaars. Misschien is dat juist de magie van poëzie: het gaat om de woorden, en niet zozeer om wie ze bedenkt. Al kan niet iedereen die rol invullen zoals Raymond Tilma. En dat is precies wat een stadsdichter doet.

Hidde van Slooten

Hidde is redacteur en is een manusje van alles. Je kunt hem gerust veelzijdig noemen, want deze man heeft een brede interesse: van politiek tot muziek tot showbizz en natuurlijk cultuur. Vandaar dat hij ook voor Keytown schrijft. De waterval is zijn favoriete natuurverschijnsel.

Acceptthis graffitikunst leiden
Acceptthis slingert graag positiviteit de samenleving inIn de stad

Acceptthis slingert graag positiviteit de samenleving in

Leontine van der ElstLeontine van der Elst7 april 2026
annebelle van dijk van asv prometheus
Theater, storytelling en een borrel met Ome Willem: Annebelle van DijkIn de stadLeidse KopStukken

Theater, storytelling en een borrel met Ome Willem: Annebelle van Dijk

Hidde van SlootenHidde van Slooten25 maart 2026
Tristan “Lama Waaien”: de artiest waarvan zijn naam ontstond op het schoolpleinIn de stad

Tristan “Lama Waaien”: de artiest waarvan zijn naam ontstond op het schoolplein

Leontine van der ElstLeontine van der Elst17 maart 2026