Foto: Suzanne van Spijker
Terug van weggeweest: zaterdag vond het textielfestival plaats in Leiden. Onder het thema ‘Hands that remember, hands that create’ kwamen textielliefhebbers op verschillende plekken bijeen om te leren over textiel én zelf de handen uit de mouwen te steken. Een dag waar het oude het nieuwe ontmoet.
Nieuwe editie
Het festival start bij museum de Lakenhal, waar Claire Zandvliet, medeoprichtster van de Stofbond de dag opent. ‘Het is op een positieve manier uit de hand gelopen,’ vertelt ze de zaal over het festival. Het textielfestival was eerder al in Leiden, maar verdween zo’n vijf jaar geleden. Tijd voor een nieuwe editie, vonden Claire Zandvliet en Maria Linkogle. Het thema, ‘hands that remember, hands that create’, gaat over de overdracht van textielvaardigheden van generatie op generatie. ‘Willen jullie allemaal je buurman of buurvrouw vragen van wie ze hebben geleerd te naaien, breien of haken?’ vraagt Zandvliet de zaal bij de opening. ‘Grote kans dat het hun opa of oma was.’ De zaal barst los. ‘Fijn dat jullie zo enthousiast zijn,’ zegt Zandvliet. ‘Textiel heeft al generaties lang mensen met elkaar verbonden.’
Koto
Na de opening is er een lezing van curator en creative director Janice Deul. ‘Ik ben een kleding lover,’ begint ze. ‘Maar ik ben vooral een vrouw met een missie: de kracht van mode gebruiken om de samenleving inclusiever te maken.’ Volgens Deul kan mode dienen als katalysator van verandering én als drager van verhalen. Het verhaal van haar lezing gaat het over de koto: traditioneel Afro-Surinaamse kledij voor vrouwen, met een wijde rok en speciaal geknoopte hoofddoeken. ‘De manier waarop je je hoofddoek knoopt, heeft een betekenis. Mijn favoriet: de knoop die aan een man signaleert om haar om de hoek te ontmoeten.’ De koto dient ook als inspiratie voor hedendaagse mode, laat Deul zien. ‘Er is bijvoorbeeld ook een ontwerp voor een koto voor mannen. De koto is levende cultuur.’
Leiden ArtHub
Waar je bij de Lakenhal de hele dag kon leren over textiel, kan je bij de Leiden ArtHub zelf de handen uit de mouwen steken. Er zijn allerlei workshops, van Palestijns borduren tot frivolité, een kanttechniek uit de zeventiende eeuw. Bij het natvilten, waarbij je een bloem maakt van vilt door de losse vezels in water en zeep te weken en hard te wrijven, zitten oude vrouwen en kinderen naast elkaar aandachtig gekleurd vilt te rollen. ‘Het is een eeuwenoude techniek,’ vertelt Margot van Leeuwen, de viltkunstenares die de workshop leidt. ‘Het is ontstaan toen mensen met schapen gingen leven. Nu is het in Nederland grotendeels verdwenen, zoals veel andere textieltradities.’
Textielerfgoed
Dat de traditie op deze manier een beetje in leven wordt gehouden, is precies de bedoeling. ‘We wilden het graag hebben over het doorgeven van textielerfgoed, van moeder op dochter bijvoorbeeld,’ vertelt Maria Linkogle, medeoprichtster van de Stofbond en organisator van het textielfestival. ‘Jonge mensen kunnen veel online leren, maar de verhalen van oudere generaties zijn ook belangrijk. Die leer je alleen in het echt.’ De eerste editie van het nieuwe textielfestival is een succes, volgens haar. ‘Het is heel fijn dat er zoveel enthousiasme is. En dat we iets vernieuwends kunnen doen: textieltradities in een nieuw jasje steken. Nieuw en oud, alles door elkaar.’


