Foto: Hidde van Slooten
De meeste mensen zullen denken dat het toeval was, maar het was een zonovergoten zondagmiddag toen ik door de stad liep naar boekhandel De Kler in de Breestraat. Ik zag een man een broodje beenham eten op het randje van de Stille markt tegenover De Waag. Hij floot een deuntje, wat vrolijk klonk maar ik niet kon plaatsen. Het was iets moderns, misschien een rapper.
Ik liep verder door over de markt, waar een kraampje de Bee Gee’s op de speakers had staan. Stil was het geen moment, want toen ook die klanken waren gaan zwerven in de wind, doemde het geroezemoes van de volle terrassen op.
Raymond Tilma
Onderweg naar de Kler was het luid en duidelijk te horen, de stemmen van de stad zijn overal. Ik hoor ze, ik voel ze ook, maar de stemmen vatten en vertalen, dat laat ik toch echt over aan de Leidse stadsdichter Raymond Tilma.
Zijn eerste bundel gedichten werd gepresenteerd. En hoewel er in een andere stad een marathon werd gelopen, de wielerwedstrijd Parijs-Roubaix werd verreden en de koning zijn spullen aan het inpakken was voor een bezoek aan het Witte Huis, waren er toch veel Leidenaren naar de presentatie gekomen. Het geïmproviseerde zaaltje zat helemaal vol.
Na eerst wat gebabbel in een klein comité door verschillende groepjes bij tafeltjes achterin, was het moment daar. Bert Lever van de uitgeverij nam het woord, zij even wat hij moest zeggen, maar gaf al snel het woord aan de man waar het deze middag om draaide. Mr. T, onze stadsdichter.
Boekpresentatie
Ik ben niet vaak bij boekpresentaties en wist niet zo goed wat ik moest verwachten. Een praatje, wat dankwoorden, misschien een stukje voordragen uit de bundel? Het kwam allemaal voorbij, maar wel op een manier wat ik achteraf wel had kunnen verwachten. Het was geen stoffig praatje, het was niet hakkelend en veel “uhh” en het was al helemaal niet zonder humor.
Tilma sprak als een stadsdichter. Hij neemt zijn taak serieus en was ook voor deze bijeenkomst goed voorbereid. Hij sprak het publiek direct aan met “poëzievrienden” en begon met een grapje. “Als ik wil dat mijn gedichten gelezen worden, had ik ze beter op een bierviltje kunnen schrijven in plaats van in een bundel.” Het ijs was gebroken. Niet voor de eerste keer, en ook niet zijn moeilijkste publiek, maar Tilma had zijn toehoorders wederom aan zijn vingers gebonden.
De mooiste stad ter wereld
Natuurlijk noemde hij daarna Leiden de mooiste stad ter wereld, mooier dan Parijs, Praag en Londen en natuurlijk was dat niet onterecht. Geen verrassing, je moet het noemen, maar interessanter was wat hij vervolgens vertelde. Hij gaf een verklaring voor de titel van zijn bundel De stem van de stad. Tilma wil namelijk elke stem laten horen, ook de stemmen die niet vrolijk zijn of de stemmen die je niet vaak hoort.
“De stem van de stad is de marktkoopman die ‘s ochtends roept dat de bloemkool in de aanbieding is, maar ook de student die verheugd is dat er pizza in zijn oven gaat.” Voor je er erg in had, zaten we in een gedicht. “De stem van de stad is overal”, het gedicht dat op de achterkant van de bundel ook is te lezen.
Na het gedicht ging Tilma ritmisch verder. Ik dacht aan zanger Flemming, een van de inspiraties voor de dichter. Dit was het couplet. Tilma vertelde over dat hij vaak verzoeken kreeg voor gedichten van mensen. Hij noemde enkele voorbeelden, maar vooral parkeren was een onderwerp dat vaak terugkwam vertelde hij. Omdat hij luistert naar de stemmen van de stad, had hij toch maar een gedicht geschreven over dat “kolere parkeren”, uiteraard uitgesproken met de Leidse “R”.
Burgemeester
Na het korte gedicht over parkeren, wendde Tilma zich tot de burgemeester. Ook daar had hij een gedicht voor geschreven. Met de nu al befaamde zin: “Een burgemeester die blijft staan, daar heeft de stad niks aan.” En zoals hij dat kan, was dat geen toevallige keuze. Toen hij naar zijn afronding ging van de toespraak en vlak voor hij het applaus in ontvangst ging nemen, sloot hij namelijk af met een verwijzing naar beweging. “Een stadsdichter is pas echt een stadsdichter als de woorden gaan wandelen.”
Het applaus steeg op. De beurt was nu aan de burgemeester. Ook die begon met een grapje. Hij was een beetje verlegen dat hij hier was. Het was een eer. Hij wilde hier graag bij zijn, ondanks dat de zondagmiddag in zijn gezin toch een lastig moment is. Zijn vrouw en dochter waren mee. “Niemand die de sfeer in de stad zo goed kan verwoorden”, Burgemeester Heijkoop noemde het gedicht “De Stille Rijn zwijgt”, over een student die te water raakte en overleed.
De burgemeester noemde het werk van Tilma van groot belang. “Soms wordt poëzie gezien als progressief, of links, maar dat is het niet. Het is van ons allemaal.” De burgervader vervolgde met een persoonlijk voorbeeld. Zijn jeugd vond plaats in de polder en poëzie, had geen prominente rol. Toch heeft hij de kracht van het gedicht ontdekt en droeg een van zijn persoonlijk meest inspirerende gedichten voor. Hans Andreus met “Je bent zo”. “Je bent zo mooi anders dan ik, natuurlijk niet meer of minder maar zo mooi anders, ik zou je nooit anders dan anders willen”. Dat is ook het motto van de stad voor Heijkoop. Iedereen is welkom, elke stem maakt de stad. Al die stemmen vertolkt Tilma en daarom wilde hij hier graag zijn, bovendien zou het een keer niet over parkeren gaan…
De zaal barstte voor een laatste keer in lachen uit. Heijkoop dankte nogmaals de stadsdichter en stelde dat een bundel en een bierviltje prima samen gaan. Het slotapplaus werd de stem van de stad voor dat moment.
Humbling
Er werd nog nagepraat, een rij werd gevormd, boeken werden gesigneerd. Tilma had er gek genoeg geen woorden voor. Ten minste, een woord kwam bij hem op, maar dat was geen Nederlands woord. Het was “humbling”. Ik liep met de bundel de boekhandel uit. Kendrick Lamar op mijn oortjes. Net als Tilma, “humbled”, maar vooral op dat moment “De stem van de stad”. Ik herkende het deuntje van eerder op de dag.


